ziende blind zijn

Gepubliceerd op 29 april 2021 om 16:02

“In de stoel die U voor U ziet”. 

Dat was het antwoord van de oogarts in het ziekenhuis waar ik al jaren opgevolgd word, toen ik vroeg waar ik moest zitten. 

 

1 april lag al drie weken achter ons, en Vibor ziet er niet alleen een gezelschapshond uit als hij erbij is in zijn harnas. 

Ik vroeg nogmaals “waar”, en het antwoord was niet meteen verhelderend. “Die zwarte, voor U”. 

 

Ik bleef staan. De assistente greep in en begeleidde me naar de onderzoeksstoel. 

Ik probeerde nogmaals uit te leggen dat ik niets meer zie, en waaide zelfs met mijn vingers voor mijn ogen om dit te illustreren. 

Ik werd - inmiddels zat de oogarts frontaal voor mij en keek ze in mijn schele blik - gerustgesteld : binnen enkele minuten komt mijn zicht wel terug, het is normaal na de oogdruppels en de testen dat ik even wazig zie. Ik moest me geen zorgen maken, dat komt vanzelf wel goed. 

 

Ik wou even opspringen om met de vier aanwezigen in de kamer een Mexican Wave te beginnen, maar liet het maar zo.  

 

Een maand geleden maakte ik in hetzelfde ziekenhuis iets soortgelijks  mee, en moest ik de neurologe ervan overtuigen dat ik niets meer zie. Noppes. Nougatbollen . 

 

Dit is best een vreemd gevoel.

Alsof iemand zijn kunstbeen moet afnemen om specialisten ervan te overtuigen dat zijn been is afgezet.  

 

Ik drong dus telkens aan om even in mijn dossier te kijken. 

Oef. Ik kon stoppen met mijn ontbrekend zicht te moeten verantwoorden.   

Mijn afgestorven oogzenuwen en verdwijnend netvlies lieten zich ook nog gewillig bekijken en lieten het misverstand stoppen. 

 

In het ziekenhuis is dit vreemd maar in het dagdagelijkse leven laat ik mensen soms ook twijfelen. 

 

Als er een omleiding is in de buurt navigeer ik mijn rijdende begeleider probleemloos door een industriepark.

Ik kan bijna altijd op het juiste moment zeggen welk bedrijf we passeren. “Nu zie je op je rechterkant het geel blauwe logo van New Holland.” Als ik het intussen verdwenen gele gebouw van Henrad aanduid sla ik even de bal mis , maar soit 

 

In supermarkten waar ik vroeger kwam en die qua inrichting nog niets gewijzigd zijn, zaai ik ook telkens weer twijfel. Na vijf stappen stop ik, wijs naar links en vraag om daar een zakje ajuin te nemen. Op het einde van de koeltoog wijs ik richting de préparé. 

 

Mijn begeleidster die bij de farce van de specialisten was, vindt het ook : soms lijk je echt nog te zien. Gelukkig weet ze beter en kan ze de kalmte bewaren als ze me behoedt voor het net niet rammen van een wijnstand of een ander amusant obstakel . 

 


«