Poezewoefke

Gepubliceerd op 22 februari 2021 om 15:10

Eenentwintig jaar geleden werd mijn zoon geboren in het UZA.

Toen waren ze er ook al. Rondscharrelende kippen. 

 

Een uitstap naar datzelfde ziekenhuis was de enige arbeid die Vibor en ik in die vriesweek konden verrichten. 

A walk in the park dacht ik, tot ik doorhad dat ik twee hanen moest passeren op het voetpad.

Wellicht afstammelingen van de kippen van destijds.  

 

We waren er net voorbij geraakt toen er nog een kip passeerde. In de gedaante van een vrouw.

Met knuffeldrang blijkbaar, want ik hoorde mijn begeleidster beleefd maar kordaat vragen om Vibor niet aan te raken. 

Toen het zweet onder mijn armen bijna opdroogde drong ze nogmaals aan.  Met vragen over de parkeerautomaat en puppy’s van hulphonden. 

Ik wou weg van de hanen  en deze vrouw, en we zetten onze weg verder terwijl ik nog even prevelde dat we aan het werk waren. 

 

Vibor leidde ons gezwind door het ziekenhuis, af en toe een bureau of consultatieruimte inwandelend omdat de gangen soms iets te lang en saai waren. 

Een verpleegster loopt kirrend voorbij, terwijl ze zegt dat ze weet dat ze ons niet mag aanspreken, maar dat het toch o zo schattig is. 

Toen ik Vibor beloonde omdat hij een obstakel aangaf werden we toegejuicht door enkele dames die gilden dat het toch - weeral - o zo schattig was. 

De complimenten zijn wellicht goed bedoeld , maar hebben als resultaat dat Vibor even het werk neerlegt, een extra kwispel maakt uit dankbaarheid en onze begeleidster ons tot de orde roept om terug aan het werk te gaan. 

 

In de supermarkt was het zondag feest. 

Ken je dit soort moeders? Het type dat aan de kassa staat en voor iedereen duidelijk hoorbaar moet zeggen dat Mereltje geen snoepjes krijgt aan de kassa want dat ze thuis een lekker en gezond stukje fruit gaat snijden? een appeltje ofzo? Dat dat beter is voor de tandjes? 

Ik heb het altijd een beetje moeilijk met verkleinwoordjes. 

Ik liep gezwind langs de vleestoog toen we even halt hielden. 

Een moeder was luidruchtig met haar kind - ik noem haar voor het gemak even Mereltje - aan het overleggen welk vleesje ze zouden kopen. Wellicht zal ze het ook perfect bereiden, met ideale nutriscores enzo. 

Ze kreeg ons in de gaten. 

Aan dat hondje mogen wij niet aankomen , Mereltje. Want dat hondje helpt mensen die iets aan hun oogjes hebben. 

Spijtig, he Mereltje. Want dat hondje is een echt poezewoefke

Ik sloot mijn oogjes en hield mijn mondje dicht. En samen met mijn schattig  poezewoefke stapte ik richting kassa. 


«