Zeepje

Gepubliceerd op 26 november 2020 om 16:45

Elk jaar komt ze langs. Behalve dit jaar. Het virus steekt een stokje tussen de evaluatiegesprekken. Waarbij ik vorig jaar tegen haar zei dat ze zo lekker rook, en dat me  dat het jaar ervoor ook al was opgevallen.  Ze is een mooie vrouw. Niet meer piepjong, maar een stralende huid, met fijne rimpeltjes die haar glimlach accentueren.  Een glimlach die breder wordt wanneer ze praat over haar kleinkinderen.  

 

Ze vertelde me haar geheim: een zeepje. Een gewoon zeepje zelfs. 

 

Ik dus aan de zeep. Dagelijks. Zonder washandje, want dat vind ik goor. 

Gewoon de blok op het vel. Van kop tot teen. 

 

Ben ik de enige wiens gedachten verdwalen tijdens het douchen?  Ik denk aan mijn welriekende  collega. Vervolgens aan mijn grootmoeder, die zich in de keuken opmaakte en wiens poederdoos heerlijk rook. Ook een beetje naar zeep.  Ik zat op een krukje en volgde elke beweging. Snoof elke geur op en droomde van een tijd waarin ik groot genoeg zou zijn om me te mogen opmaken. 

Ik laat de zeep hobbelen over mijn scheef gegroeide ribben, en zit terug hoogmoedig op een paard. Net voor de val. Een pijnloos souvenir aan onze huwelijksreis. 

 

Het einde van het zeepje is steeds een feest. Een dun, plooibaar stukje dat je rond je lijf laat glijden. Tot er een stukje overblijft dat nog net in je navel past. 

 

Tijd voor een nieuwe blok. Die is hard. Zonder zachte randen. Eigenlijk net zoals veel dingen die je pad kruisen. Net zoals je zicht verliezen, om het daarna echt kwijt te zijn. Of een relatie die eindigde, een vriendschap die stopte, een job die je verliest of een lockdown die je vrijheid beperkt. Harde  randen in het begin. Maar de tijd - en het water, in geval van de zeep - spoelen de harde kanten weg. en maken ook dat euvel op de duur wel kneedbaar. 

 

En mijn neus is intussen gevuld met schuim.

Het begin van een nieuwe dag. 


«   »