WYSIWYG

Gepubliceerd op 20 september 2020 om 10:52

What you see is what you get?  

Niet altijd.  Dat leerde ik intussen. 

 

Ik stapte onlangs uit de auto en bleef, zoals steeds, netjes naast de deur staan. Ik wachtte en keek naar de koffer van onze wagen.  Niet echt kijken, maar mijn hoofd stond in die richting. 

 

Ineens zag ik hem. In het duister.

Mijn echtgenoot, die iets uit de koffer nam. 

Ik werd stil. En stamelde. 

Ik kan terug zien. Ik zie jou. 

 

Plots hoorde ik een stem achter mij. Ik ben hier, liefje. 

 

Ik keek terug naar de koffer.  Weg was hij. 

 

Het overkomt me soms nog. Het kookeiland in onze keuken zie ik soms ook vaag.  Als ik ernaar reik, is het weg en voel ik het een beetje verder.  Bij drukte zie ik schemeringen van mensen. Onbekenden. 

Donkere gestaltes in mijn donkere wereld. 

 

Ik stond er nu niet voor te springen om naast blind ook krankzinnig te worden. Dus trok ik mijn mooiste kleedje aan, staarde -als ik goed mikte- recht in de ogen van mijn oogarts en prevelde met mijn liefste glimlach vanachter mijn mondmasker de vraag of ik gek aan het worden was. 

 

Dit zou pas een kers op de taart zijn. De kaas op de spaghetti. 

 

Mijn lieve dokter stelde me gerust. Dit is niet abnormaal.  Het is een soort van fantoomzicht. Mijn hersenen foppen me.  Nemen me beet. 

 

Ik was gerust gesteld.   Ik maakte mijn hersenen in het verleden  ook weleens iets wijs.  In mijn impulsiviteiten, in de liefde, in koopjesperiodes. Ik fopte erop los.   Nu was was het dus gewoon even andersom.   Daar kan ik mee leven.    


«   »