Als je man je niet meer (graag) ziet

Gepubliceerd op 31 augustus 2020 om 11:23

Mijn echtgenoot heeft niet graag dat ik uit bed spreek. Dat begrijp ik. Maar uiteindelijk leest niemand dit.

 

We lagen in bed. Ter illustratie: stel je een ansjovisfilet voor in het midden van een groot bord. Pas als je dichtbij kijkt, zie je dat die ene filet tweeledig is. Zo lagen we daar. Ik vroeg - terwijl mijn hoofd zich had genesteld op zijn schouderblad - of hij kon voelen hoe graag ik hem zag. Het werd nog stiller dan tevoren. Ik hoorde enkel zijn ademhaling. Of misschien toch ook een glimlach?

 

Enkele dagen ervoor was ik definitief blind geworden, na een geplande en geslaagde operatie. Stekeblind. Als een mol. Een ambitieuze slechtziende ofzoiets. 

 

Het valt me nu nog extra op hoeveel we ons uiten met beeldspraak rond zien, blind zijn, kijken enz. . , ...Ik blijf zelf ook ‘tot ziens’ zeggen, of ‘ik kijk er naar uit’. Ik weet nu ook wat ‘blinde paniek’ is. Echte blinde paniek. De radeloosheid, de echte paniek als je iets niet kan vinden, dringend moet klaar staan en je je weg niet meer vindt in het donker. Anderzijds vraag ik me af waarom een stuk van mijn darmen blind zijn, en zet ik mijzelf af en toe in blind copy, kwestie van mijn arbeidsvreugde nog wat te pimpen.

 

Terug naar ons bed. Ik luisterde goed. Mijn man sprak zacht. .

“Ik voel hoe graag je me voelt.”

 

Van zien naar voelen dus.

Mooie vooruitzichten.


«   »