Echte dokters huilen ook

Gepubliceerd op 12 oktober 2019 10:24

Heel af en toe word ik eens boos.  Die heel af en toe gebeurt bijna enkel en alleen op mijn werk.  Als ik merk dat iemand niet betrokken is bij onze werknemers schiet ik uit mijn sloefen.

Verplaats je in de leefwereld van onze mensen.  En ga daar gerust ver in.  Zo tellen we al heel de week af naar de geboorte van het kleinkind van collega Rita.  Weten we hoe belangrijk het is dat de lonen en voordelen op tijd en juist worden verwerkt, ook al sneuvelt er dan een halve dag Werchter.  Hun huur of lening moet ook op tijd worden betaald.  Passeert een collega eens extra bij iemand waarvan we weten dat die het moeilijk heeft.  Of wacht op iets.   Laten we alles vallen als er iemand iets wil vertellen.   Zijn we benieuwd naar de hond van Kaat.  Hebben we geen vergaderruimte meer, maar enkel een salon. Inclusief dekentjes en kussens.

Ik zal niet zeggen dat het ons altijd lukt, maar de ambitie is er. 

Het verbaast me dat de medische wereld die ambitie niet altijd deelt..  Mijn gezichtsprobleem begon bij een betrokken oogarts die me doorstuurde naar een fabriek in Leuven.  Daar een overbodige oogoperatie ondergaan die me niet hielp.  Ik werd naar huis gestuurd met een afspraak 6 maanden verder.  Want ik had een ‘wispelturig’ zicht.  Dat ik wispelturig was wist ik al, maar dat mijn zicht dat ook was, leerde ik toen.

Via via kwam ik terecht bij een neuro-oftalmoloog die iets meer deed dan enkel in mijn ogen kijken en een ietwat gedurfd voorstel deed.  Een biopsie van mijn oogzenuw, waarvoor een neurochirurg nodig was die ik gelukkig vond en die ook iets deed wat eigenlijk tegen zijn ding in ging.  Maar hij deed het, wat zorgde voor een diagnose.  Eindelijk.

Betrokkenheid van artsen is dus nodig.   Af en toe durven.  Luisteren naar patiënten.

Ik las vorige zomer het boek ‘Echte dokters huilen ook’, van Werner Prevoo.  Hij is interventieradioloog gespecialiseerd in beeldgestuurde behandeling van kanker, en werd zelf kankerpatient.    Zijn blik op patiënten – en de manier waarop artsen ermee omgaan - veranderde toen hij zelf één werd.

Dit zou nuttige literatuur kunnen zijn voor artsen.  Ik zou het graag willen kopen en uitdelen aan artsen die niet direct kunnen beschuldigd worden van betrokkenheid.  En die onbetrokkenheid is makkelijk te meten.  Ik heb doorgaans een grote mond, maar die valt toe als ik dat ervaar.    Een vriendin met een nog grotere mond werd ook al meermaals muisstil toen ze me vergezelde op consultatie.  Mijn man stotterde zelfs 😊.

Hoe meet je betrokkenheid?  De ene arts maakt een verduidelijkende tekening met een dikke stift, waardoor hij een poging doet om me duidelijk te maken wat hij bedoelt.  Fijn.  Een andere vergeet ondanks mijn schele blik, witte stok en aan-het-handje-van-mijn-man dat ik niet zie en kribbelt een boodschap met een dunne balpen in een klein handschrift.   Het scherm is soms interessanter dan de patiënt.   Mijn mond valt toe en ik voel me moe.  We gaan naar huis.  Stil.   Geschrokken.

’s Avonds krijg ik telefoon.  Eén van onze mensen.  Wil iets vertellen en er moet iets georganiseerd worden.  Ik sta op de stoep, mijn gezelschap moet maar even wachten. 

Ik ben blij.  En terug wakker.  De betrokkenheid blijft.  Wie weet werkt ze aanstekelijk, net als op kantoor.


«   »