Tussen hoop en herinnering bloeit je geluk

Gepubliceerd op 15 juli 2019 14:51

In de ochtend laat Facebook me soms herinneringen zien. Sommige herinneringen zijn fijn. Een aarzelende verliefdheid van enkele jaren geleden die resulteerde in iets moois. De eerste trip met onze tent. Het kitten dat kat werd.

Andere herinneringen zijn er om snel te vergeten. Ik weet niet waarom ik het deed. Ik stel me zelfs vragen bij mijn omgeving. Waarom liet niemand me colloqueren (even maar!) toen ik besliste mijn haar te laten blonderen? Mijn blonde ik was niet alleen aartslelijk, het was zelfs erger dan dat. Veel erger. Richting ros. Maar ros is mooi, mijn would-be blond zijn was dat niet.
Dat mijn man niet echt enthousiast was veegde ik toen onder de tafel en komt nu al sijpelend terug in mijn geheugen, maar die herinnering negeer ik. Zoals ik ook mensen negeer die niet-enthousiast zijn. Dat zal er ook wel iets mee te maken hebben. Duidelijkere signalen, dat is wat ik nodig heb.
Ik nam van de blonde foto een screenshot, kwestie van mijn impulsiviteit te onderdrukken als ik nog eens zo’n vreemde dingen plan. En dat komt, wees gerust. En dan steekt die foto zo ver weg zodat het opnieuw een vage herinnering werd.

Dan heb je de categorie confronterende herinneringen. Onlangs nog zo eentje. Een goede vriendin en ik, stralend voor onze Vespa’s. Ik voelde terug de vrijheid van het bollen met dat ding, haren wapperend onderaan de helm. Daarna een slecht kapsel, maar dat was het al omwille van die blonde fase. Op de terugweg van kantoor een ommetje maken tussen de velden.
Ook mijn auto was me heilig. Niet alleen om van punt A naar B te rijden. Het was mijn vriendje, waarin ik rond toerde. Ik vond er ook eten in. Kon genieten van muziek en soms van stilte. ’s Avonds terug rijden van een bijeenkomst, en de indrukken laten nazinderen.
Ik was ook diegene die in een ondergrondse parking traag maar met de ramen open reed (inclusief extra rondje), omdat ik het motorgeluid van mijn auto zo mooi vond. Écht. 

Herinneringen zijn er om los te laten. Met mijn ogen achter het stuur kruipen zou lichtjes onverantwoord zijn. Dus rijd ik nu gezellig mee. Vorige week vond ik snoepjes in de auto van iemand anders. Als het kan zet ik stiekem mijn muziek op. Ik navigeer op een doortastende wijze en voel hoe iedereen anders rijdt. En niemand merkt hoe ik in ondergrondse parkings mijn raampje nog steeds stilletjes naar beneden doe.

Goed dat er op Facebook nog geen toekomst-pop-ups zijn. Dat zou het minder spannend zijn. Dan had ik nu al even geweten hoe fijn het is om de haren te laten wapperen achteraan op een tandem. Zou ik al weten waarnaar de volgende trip ons brengt. Nu kan ik uitkijken (fout spreekwoord) naar de toekomst. En die is een beetje wazig, maar hoopvol. Kinderen die zelfstandig worden. Dromen van een geleidehond. Een bedrijf verder laten groeien. Nieuwe trajecten leren. En trucs. Mijn kat die ouder en dikker maar ook liever wordt. Haren terug laten groeien.

‘Plannen overhoop’, zoals ze zeggen.  De toekomst lonkt.


«   »