Wachten op een vriend.

Gepubliceerd op 13 mei 2019 16:53

Toen mijn zicht achteruit ging begon ik bescheiden: een signalisatiestok(je). Daar was ik zelf niet veel mee, maar toch kon ik af en toe peilen naar de diepte van een afstapje, en ik verwittigde daarmee vooral anderen van mijn gekluns. Om die reden had ik dat gerust al enkele jaren eerder kunnen gebruiken, maar nu was het gepermitteerd.

Al snel was dat onvoldoende dus kwam het grotere werk (1,45 m) ter vervanging. Met rollende bol. Die geeft al wat meer vrijheid. Ik voel nu zelf bijna alle oneffenheden. Maar blijkbaar vooral in het Westen bekend.

Zo was ik onlangs in Azië, waar ik nog meer blikken voelde priemen dan normaal. En normaal is al veel, maar normaal ben ik intussen gewoon. Een witte stok is daar onbekend. Wat wel gelijkloopt: qua aanspreking blijft men zich wenden tot mijn partner. In het Engels dan. Ofwel zie ik er gevaarlijk uit (kan!), ofwel vermoedt men ook daar dat ik niet alleen slecht zie maar ook gehoorproblemen heb in combinatie met een ingeslikte tong. Dus: ‘Why does she needs that? What is that?’.

Eénmaal ging ik alleen op ijsjes-jacht (hoogtepuntje!), en vroeg een man me ‘what are you searching with that stick?’.   ‘Ice cream’ was een vreemd antwoord, dus ik legde aarzelend uit dat ik er ‘oneffenheid’ mee zocht.
En gaf zo misschien wel de aftrap van de Week van de Filosofie in Indonesië.

 

Als we samen wandelen loop ik bijna altijd hand in hand met mijn man. Bij een jeugdliefde blijft dat heerlijk én hij behoedt me voor plassen, takken edm. Bij een onverwachte wandeling in het pikdonker ben ik echter ineens de leider en rol ik gezwind mijn man veilig naar huis.

 

Maar toch. Die stok alleen is me te statisch. Ik wacht op een geleidehond. Ik mocht er al eens van proeven toen ik me kandidaat stelde. Geen grote stok meer, maar een sterke viervoeter die me behoedde voor obstakels op de grond en in de lucht, me verwittigde voor stoepranden en samen met mij veilig de zebrapaden overstak.  De kleine stok die daarnaast nog wordt gebruikt nemen we erbij.

 

Dat vraagt geduld. Veel geduld. Niet alleen door mij, maar door velen.

Een pup die de juiste kwaliteiten heeft wordt na 2 maanden geplaatst in een pleeggezin. Daar wordt hij begeleid en gesocialiseerd onder het toeziend oog van de organisatie.

Wat die pleeggezinnen doen is straf. Niet alleen hun vrije tijd spenderen ze, ook in hun dagdagelijkse activiteiten draait de geleidehond-in-wording mee. Op Facebook kan je enkele honden volgen bij hun pleeggezin, en dan zie je dat ze worden ondergedompeld in allerlei situaties die later van pas kunnen komen. Correct openbaar vervoer nemen, drukke winkelcentra bezoeken, mee met het pleegbaasje gaan werken, het houdt niet op. Veel inspanningen die pleeggezinnen doen in de wetenschap dat ze die hond na een jaar terug toevertrouwen aan het opleidingscentrum, waar de tweede fase start.

Daar is elke werkdag een echte werkdag, zowel voor de instructeurs als voor de honden. Maandenlang. En als die training slaagt, komt nog een moeilijke drempel. De match tussen de hond en het baasje dat bij hem past. Afhankelijk van beide karakters, snelheden, leefwereld, activiteiten en verwachtingen.

Daarna volgt nog de training van de hond bij de toekomstige baas, eerst in het centrum en dan in zijn woonplaats, waar verschillende trajecten worden aangeleerd.

 

Dus: geduld. Voor elke schakel in dat gebeuren.

 

Maar een vooruitzicht is een vooruitzicht. En geduld kan je leren. We rollen dus vlijtig verder met de stok, mijn tijdelijke vriend.

In afwachting van een behaarde, sterke vriend die samen mijn pad verder uitzet.


«   »