Vanishing point

Gepubliceerd op 6 maart 2019 17:00

We kwamen onlangs nog eens buiten. In een expo in de buurt was een geleid bezoek.


We waren te vroeg. In afwachting van de komst van de gids lopen de bezoekers onwennig door elkaar heen. Kunstzinnig als je wil. De ene met gestrekte pas. De andere doordacht. Een enkeling drentelde zelfs. Wij hinkelden een beetje onwennig maar tegelijkertijd voorzichtig tussen de kunstkenners.


Mijn lieve man houdt me soms kort. Niet vaak. Alleen in het weekend. En dan nog. Op zondag. En dan nog enkel in een museum, zo stelde ik dus vast.


Hij verhinderde op die manier dat ik met mijn stok rolde over het op de grond gedrapeerde zeil van de parachute (Super Paradox) van Panamarenko, de prachtige installatie van Jef Faes ramde (zo mooi!) of accidenteel een stukje van de schorsen voet van Aron Demetz haalde.


Toen kwam het. We kwamen bij de schilderijen (waar ik evident meestal iets minder affiniteit mee heb), doch het – onszelf buiten beschouwing gelaten – erudiete gezelschap stond plots stil bij de mooie werken van Robert Bosisio. Ik kende hem niet.


De gids gaf speciale instructies aan de zienden onder ons. Ga er dicht bij staan, en dan stapje voor stapje achteruit. Er komt iets tevoorschijn!
Ik dacht even dat ik mee op citytrip was met Down The Road, het geweldige programma op Eén, maar de gezelligheidsgraad is daar hoger, dus dat klopte niet. Maar wat zagen zij niet wat ik direct zag?  


Ik verpestte dus (enkel voor mijn man) lichtjes de sfeer door direct in zijn oor te fluisteren dat in het ene doek lippen en in het andere doek een gezicht te zien waren. Nu wist ik eens iets sneller dan hij.


Het doek met de lippen heet ‘Vanishing point’.


Nu komt het. Hou je vast. Ik ‘vanishte’ zelf. Ik was weg. Verdwenen. Onzichtbaar. De gids sprak mijn man aan (terwijl ik aan hem vast hing door middel van een lief handje én gekleed was in een kanariegeel truitje) en vroeg hem:
“Heeft ze er nu eigenlijk iets aan?”.


“Heeft ze er nu eigenlijk iets aan?”
Serieus?


De schilder zegt zelf over het doek:
"Wij bekijken een werk, zoals een we een boek lezen, van links naar rechts gaan onze ogen, we lezen een schilderij op een heel traditionele manier. Terwijl ik juist wil dat je in het schilderij blijft: de golvende lijn van onderen volgt, waar ze ophoudt, linksomkeer maakt en de donkere lijn van boven volgt: zo exploreer je het werk. Ik lever juist genoeg informatie om mee aan het werk te gaan, maar ik dring niet op wat er staat. Dat moet je zelf vinden, en dat kan voor iedereen anders zijn. En dat neemt zijn tijd.'"
Hij leert mensen met andere woorden 'traag kijken'


Om op de vraag van mevrouw de gids te antwoorden: jawel. Ik ben een expert in traag kijken. En doe dat snel. Geen achterwaartse stapjes nodig, daarvoor komt een beperkt zicht dus van pas.
Je kan me altijd inhuren.  Enkele fragiele zaken aan de kant zetten, en ik ben "een gerief in huis'.

 

Maar het was best fijn. Traag kijken is oké. Sneller denken vooraleer te spreken ook.

Maar het was toch vooral fijn.  Ik had er dus iets aan.


«   »