Afrikaanse Lelie in Noorderwijk

Gepubliceerd op 21 februari 2019 14:37

Afgelopen zaterdag werd ik weer even warm in mijn eigen dorp.  Om een futiliteit, maar het overkomt me wel vaker.  Daarnet nog.

 

Ik draag regelmatig een bijzonder lelijke bril, met rode glazen.  Denk aan Bono, van U2, maar dan nog lelijker.  Dat rood haalt het blauw uit het daglicht.  Allemaal goed, en handig, maar heel lelijk. 

 

Omdat ik die zo spuuglelijk vind wou ik ook een gewone zonnebril laten aanpassen, maar – zonder rijbewijs, zonder fietscapaciteiten én gewapend met enkel een witte stok – raak ik niet ver.  Dan maar naar de lokale brillenwinkel.  Enkele tientallen meters verder. 

 

Ken je die gêne?  Een bril laten aanpassen in een winkel waar je die niet hebt gekocht?  Ik wel.  En ik doe dat niet graag.  En in mijn dorp is een mooie brillenwinkel.  Geen keten.  Toen ik binnen ging bleek dat daar ook mooie mensen werken.  Nog erger.  Schoorvoetend legde ik mijn probleem uit, gewapend met een waterval aan excuses en motivaties (ik zal wel betalen!).  Maar neen.  Ik werd geholpen alsof ik daar dagelijks een bril kocht.  En werd naar huis gestuurd met de melding dat ik steeds welkom was.

 

Ook in onze krantenwinkel is er iets vreemd aan de hand.  2 wachtrijen  (waarom?) die onvoorspelbaar zijn én moeilijk inschatbaar als je niet goed ziet.  Mensen maken weinig geluid als ze wachten.  De eigenaar stelde me gerust: ik mag direct naar de kassa, daar wachten én hij helpt me wel verder als het mijn beurt is.  Handig.

 

De kleine supermarkt doorkruiste ik al als oefening met blindegeleidehond, tijdens mijn opleiding met de stok, én ik kan de parking blind oversteken.  Doen alsof ik naar 11 uur stap, netjes tussen de paaltjes zigzaggen én binnen.  Hoppa.  Familiaal onthaal.  Fijn. 

 

Af en toe kom je ook nieuwe familie tegen.  Zo werd ik een tijdje geleden aangesproken door een fietster.  Een blonde dame.  Nog nooit gezien.  Ze zei me: “Ik ben de vrouw van Nonkel Jef.  Als ik iets kan doen?”.   Nu ten eerste: ik heb geen Nonkel Jef.  Of mijn man er ééntje had, dat wist ik niet.  Ik glimlachte schaapachtig.  Toen bleek het over de acteur te gaan (zijn personage nog wel, uit Lily & Marleen).  OK dan.  Er zijn dus ook BV’s in de regio.

 

Verder nog het beste café, de bakker die eerlijk de muntjes uit mijn handpalm vist etc.  Wat heb ik nog meer nodig?  Het enige wat ontbreekt is een doe-het-zelf-handel, maar dat is een beetje overbodig.

 

Toen ik terugkwam van de brillenwinkel, met een kleine glimlach, stond mijn man te kijken naar een grote lege plantenpot.  Hij had een plan.  Of toch bijna.  Ik twijfelde, maar mijn dominantie kwam bovendrijven.  “Neen”, zei ik.  “Niet zomaar beslissen.  Ik weet al wat er in moet.  Ik weet dat jij misschien al een idee hebt, maar ik weet echt wel wat erin moet.”

 

Mijn man keek me lief aan.   “Zeg jij eerst wat je erin wou, misschien is het hetzelfde?”.  Ik huppelde wat heen en weer.  Na even denken kwam ik erop.  “Agapanthus”  

 

Hij vroeg of een Afrikaanse lelie ook goed was.

 

Dus het kleine geluk in Noorderwijk: met een aangepaste bril kijken naar een vers geplante  Afrikaanse lelie.  Life can be simple.


«   »