Als je mijn pad kruist.

Gepubliceerd op 10 oktober 2018 14:22

Eerst en vooral: blijf gerust staren.  Ik zie het toch niet, dus mij maakt het niet uit.  Voor mijn begeleider is het misschien niet altijd even leuk, maar life isn’t a ponycamp, right?

De gesprekken vallen soms stil, wat het speciaal maakt.  Ik oriënteer me nl. voor een stuk op jullie geroezemoes, dus als iedereen nu collectief gaat zwijgen wordt het iets moeilijker, maar moeilijk gaat ook.

Verder kunnen we niet-stokwandelaars (want zo bekijk ik jullie vanaf nu af aan.  Ik ben normaal, en jullie – niet stok-wandelaars dus - niet 😊) indelen in verschillende categorieën:

  • De universele: een fijne soort want met een aangeboren talent.   Even elegant opzij, uit de perimeter van mijn stok met bol, zodat ik kan rollen en voelen. Top.  Dankuwel!
  • De helpers: zeldzaam, meestal van de oudere soort én durvers.  Op mijn gezicht staat meestal niet geschreven dat ik hulp nodig heb of wil.  Maar die hebben wellicht nog weinig te verliezen en fluisteren -  bv. zachtjes voor een roldeur -  (die bijzonder spannend zijn om in te springen) dat ik kan gaan.  Lief!
  • De stokstaartjeseen licht irritante categorie.  Wellicht een beetje angstig, want ze verstijven.  Ik weet niet wat er angstaanjagend kan zijn aan mijn lichtgewicht carbonfiber stok (even stoefen mag!) met keramische bol van 55 mm doorsnede.  Misschien moeten we eens een voelsessie organiseren ofzo.  De bol is niet scherp, hoogstens een beetje vuil want ik weet niet waardoor ik allemaal rol.  Handen wassen achteraf is aanbevolen.
  • De wegspringers: deze categorie leunt aan bij de stokstaartjes, maar springt net voor mijn bol hen kan raken weg.  Spanning verzekerd, botsingen soms.
  • De kinderen: de leukste categorie want oprecht.  Meestal heel luidruchtig vragend aan hun moeder ‘Mamaaa, wat is dattttt’?  Of ‘Wat heeft die’?
    Niet erg.  Logisch.  Alleen zijn de reacties van volwassenen een beetje uiteenlopend.  Het logische ‘een mevrouw die niet zo goed ziet’ of ‘die mevrouw is blind’ is perfect, duidelijk en komt gelukkig het meest voor. 
    Maar de “shhhhhttttttt!!!”.  Of “kom hier!”.  Zonder meer.  Gemiste kansen om van iets nieuws iets bespreekbaars te maken.
    Mijn excuus trouwens aan die mama die zo extreem haar kind wegtrok alsof ik een ziekte had en daarbij zo hard en lang 'SHHHHHT' spuwde dat de ganse Spar-winkel binnen de kortste keren moest denken dat er een gasleiding was gescheurd.  Ik kon dit akelige moment enkel onderbreken door te zeggen dat ik lepra had.  Het werkte, want de mama zweeg.

Dit was dus niet zo, meisje, ik zie gewoon niet zo goed. That’s all.  Sorriedeporrie.


«   »