Forellen hebben meer water in hun ogen dan wij.

Gepubliceerd op 21 augustus 2018 13:57

Einde juli ging ik met een vriendin een terrasje doen.  Om de anonimiteit van het etablissement te garanderen zal ik de naam wijzigen naar Forel.

Soit.  We wandelen dus over de beklinkerde Grote Markt, niet evident met een witte stok, en ook niet evident wegens toch nog enige gêne.  Vriendin loopt voorop, tussen de vele tafeltjes en stoeltjes door en zoekt een plaatsje voor ons 2.  Ik rol met mijn stok achter haar aan.  Ze houdt me goed in de gaten. 

Ik heb de neiging om naar bekende en vertrouwde plaatsen te gaan.  Dit is voor mij makkelijker, toiletten vind ik bijvoorbeeld niet.  Anderzijds is het een confrontatie met toen er nog niets aan de hand was, maar dat negeren we (of we doen alsof).

Even terug naar het wandelen over de klinkers.  Ineens hoor ik mijn naam roepen.  Ik zoek naar vanwaar het geluid kwam, en herken de stem van de eigenaar.  Hij roept nogmaals mijn naam, en ik schuifel en rol in zijn richting.  Vriendin volgt me, en ik voel hoe vreemd ook zij dit vindt.

Hij roept intussen: ‘Hey Ran.  Wat is dat nu?  Wat is dat met dat stokske?  En met uw oogskes?’?

Okay.  Even ter verduidelijking.  Ik heb geen oogskes.  Ik heb ogen.  Mijn ‘stokske’ is met zijn 1,45 meter bijna groter dan uw hele lijfje.  En roep niet naar mij op een terras.  Ik zie niet van waar je geroep vandaan komt én de inhoud ervan vond ik ook niet zo subtiel.

Volgende keer dus gewoon een witte wijn alstublieft.  Dat zou heel lief zijn.

 

Dankjewel.


«   »